fbpx

Artikelen

Clarity of Diamonds

Helderheid van Diamanten

Slechts in 1953 begon de GIA de helderheid en kleur te graderen met de schaal die daar vandaag de dag voor gebruikt wordt.

De helderheidsgraad van een diamant wordt bepaald door zijn helderheids inclusies die in 3 delen verdeelt worden:

  1. Interne Kenmerken (inclusies)

Deze inclusies hebben een slechte invloed op de helderheid omdat:

  1. Het moeilijk is ze te repareren – reparatie reduceert aanzienlijk het gewicht van de diamant.
  2. Ze over het algemeen helder en zwaar zijn en er daarom er slechter uitzien onder de loep.

 

  1. Externe kenmerken (onvolkomenheden)

Externe onvolkomenheden hebben minder effect op de helderheidsgraad van een diamant omdat:

  1. Het is eenvoudig om ze te repareren – reparatie reduceert NIET aanzienlijk het gewicht van de diamant.
  2. Ze hebben geen helderheid en zijn niet zwaar en dus niet direct zichtbaar met de loep.

 

  1. Geïntegreerde inclusies – Interne en externe kenmerken

 

De interne inclusies zijn:

  1. Crystal (bubbel) – bevat een mineraal kristal in een diamant. Meestal in een ronde of ovale vorm.

*Black Pique – een zwarte inclusie in de steen, meestal is de inclusie zwart vanwege een hoge concentratie van grafiet. In de diamanten industrie staan deze interne inclusies bekend onder de naam: “Piquesim”.

  1. Naald – Een dun, langgestrekt kristal die op een kleine staaf lijkt bij 10x vergroting.
  2. Splijting – Een lineair vormige barst in de steen.
  3. Feather – Algemene term voor een barst in een edelsteen, vaak wit en “veer-achttig” in voorkomen.
  4. Bearding –Zeer kleine “feathers” die vanuit de gordel van het oppervlak doordringen tot het binnenste van de steen. Vaak het resultaat van het slijpproces.
  5. Pinpoint – Een zeer klein kristal die op een klein vlekje lijkt bij 10x vergroting, hoge helderheidsgraad, meestal Vvs1 of Vvs2.
  6. Sluier – Meerdere kleine groeperende pinpoints die te klein zijn om afzonderlijk te onderscheiden maar tezamen een “beneveld” effect verooorzaken.
  7. 8. Milky Stone – Soms bevat een steen een enorme “sluier” die het een levensloos en vaal uiterlijk geeft – of een melkachtig effect. Meestal kun je dit met de loep zien. Als de steen een extreem grote “sluier” bevat kun je het zelfs met het blote oog zien.

Wanneer de GIA als aanmerking in het commentaar vermeldt “Helderheidsgraad is gebaseerd op “sluiers” die niet zichtbaar zijn” betekent dit dat er “sluiers” in de stenen zitten, maar dat deze niet aangegeven zijn op het certificaat. Soms geeft deze aanmerking aan dat het hier om een “milky” steen gaat.

  1. Twinning wisp – een serie kleine pinpoints, “sluiers” of kristallen.
  2. Chip – Een smalle opening veroorzaakt door een beschadigde oppervlakte die meestal voorkomt aan de buitenkant van de gordel, facet verbinding of kollet.
  3. Beschadiging – een klein beschadigd gedeelte meestal “root link feathers” en die over het algemeen op de facet verbinding voorkomen.
  4. Laser Drill Hole – Een kunstmatige inclusie in de steen. Er wordt van een laser gebruik gemaakt om een gat in de steen te boren om chemicaliën te injecteren om zwarte inclusies te bleken. Om dit gat te verbergen, wordt deze behandling middels vanuit een hoek van 90 graden uitgevoerd op de tafel van de steen. Deze laser behandeling is samengevat in het certificaat onder: Laser Drill Hole.
  5. KM – Het boren dmv een laser in een diamant hetgeen een “feather” tot aan de oppervlakte veroorzaakt, of een reeds bestaande “feather” groter maakt waardoor het de oppervlakte van de steen bereikt. Deze “feather” biedt dan toegang voor het bleken om de inclusie minder zichtbaar te maken. Na de behandeling is het enige zichtbare bewijs een scheurtje en een witte inclusie. Sinds deze vaak ook natuurlijk voorkomen in een diamant, is het erg moeilijk vast te stellen of de steen behandeld was ja of nee. Deze behandling kan vaak uitsluitend vastgesteld worden door een gemmologisch instituut. De GIA vat deze KM niet samen op het certificaat, maar noteert het als commentaar: “Internal Laser Drilling is not shown”.
  6. Interne kras lijntjes – Lijntjes, hoeken, of rondingen die er wit, gekleurd, reflecterend uit kunnen zien of een effect hebben op de helderheid bij 10x vergoting, meestal veroorzaakt door onregelmatigheden in de grootte van het kristal.

 

De externe kenmerken. Reductie van de helderheidsgraad tot: I.F.

  1. Natural – Een portie van het originele oppervlak van een ongeslepen diamant die achtergebleven is op een natuurlijke steen, over het algemeen op of naast de rondist. Natuurlijke elementen worden over het algemeen niet verwijderd om het gewicht te behouden. Het kan ook een effect hebben op de helderheid tot aan: I.F. Tevens kan het de symmetrie graad van een natuurdiamant beïnvloeden als het in de buurt van de kroon zit of zichtbaar is door de kroon.
  2. Kras – Een dunne, matte, witte lijn die over het oppervlak van de diamant loopt. Dit heeft ook een effect op de glansgraad van de diamant.
  3. Extra facet – Een facet die niet benodigd is door de stijl van het slijpen, geplaatst zonder de symmetrie van de diamant in overweging te nemen, meestal te traceren vlak bij de rondist. Toegepast om minimale onzuiverheden te verbloemen zoals bijvoorbeeld een natuurdiamant, een kras of een flinter. Een extra facet heeft een effect of de helderheidsgraad tot de I.F. Tevens heeft het een effect op de symmetrie van de steen.
  4. Oppervlakte kraslijntjes – Resultaat van onzuiverheden in de structuur van het kristal.
  5. Andere polijst onzuiverheden zijn bijv.: brandvlekken, polijstvlekken, abrasie, kartel, kuiltje

 

De geïntegreerde inclusies zijn:

  1. Ingekeepte natuursteen – Een gedeelte van het oppervlakte van de ongeslepen diamant dat als het ware gekuild is onder het gepolijste gedeelte van de oppervlakte.
  2. Uitholling – Een hoekige opening wanneer een gedeelte van een “feather” als het ware wegbreekt.
  3. Etch Channel – Een pijpvormige inclusie in de steen. Dit is een zeer zeldzame inclusie.
  4. Knoop – Een wit of doorzichtig kristal in de diamant dat zich uitstrekt tot op de oppervlakte van een geslepen diamant. De zaag- en slijprichting van de knoop zijn anders dan die van een grotere diamant. Derhalve onderbreekt de knoop het zaag- en slijpproces en kan een effect hebben op het polijsten van de steen.

 

 

Helderheidsgraad

1.FL (Flawless) – Een steen die volledig helder is en geen in- of externe kenmerken heeft.

  1. IF (Internally Flawless) – Een steen zonder interne inclusies, maar die minimale externe onzuiverheden bevat zoals bijvoorbeeld een klein natuurdeel, een kleine kras, een extra facet of oppervlakte kraslijntjes.
  2. VVS1, VVS2 (Very Very Slightly included) – Stenen die zeer kleine interne inclusies bevatten, zoals speldenknopjes, sluiers, naaldjes en kleine spleetjes.
  3. VS1, VS2 (Very Slightly included) – Stenen die kleine interne inclusies bevatten.
  4. SI1, SI2 (Slightly Included) – Stenen die middelgrote interne inclusies bevatten.

*SI3 (Slightly included) – deze helderheidsgraad wordt vermeld op de Rapaport lijst maar is als dusdanig niet erkend door de GIA en de H.R.D.

  1. I1 (P1), I2 (P2), I3 (P3) (Included) – Stenen met grote of zeer grote inclusies die met het blote oog te zien zijn.

Hoe bepaal je wat de helderheidsgraad is met de loep en met de miscroscoop?

  1. Als een inclusie niet zichtbaar is bij 10x vergroting (dmv de loep) of dmv de miscroscoop, zal het buiten beschouwing gelaten worden en heeft het geen effect op de helderheidsgraad.
  2. I.F. externe onzuiverheden kunnen over het algemeen alleen mbh een microscoop bij 10x vergroting gezien worden. Alhoewel een natuurdeel mbv de loep gezien kan worden.
  3. VVS1 interne onzuiverheden en de meeste VVS2 interne inclusies kunnen uistluitend gezien worden mbv de miscroscoop onder 10x vergroting. Het verschil tussen VVS1 en VVS2 is dat VVS1 interne inclusies uitsluitend zichtbaar zijn vanaf het paviljoen en bij 10x vergroting als ook vanaf de kroon onder 10x vergroting mbv van de miscroscoop en soms mbv de loep.
  4. VS1 interne inclusies kunnen met veel moeite gezien worden mbv de loep.
  5. VS2 interne inclusies zijn gemakkelijk te zien mbv de loep.
  6. SI1 interne inclusies zijn vrij gemakkelijk te zien mbv de loep.
  7. SI2 Interne inclusies zijn vrij gemakkelijk te zien mbv de loep.
  8. I1, I2, and I3 interne inclusies kunnen met het blote oog gezien worden (zonder behulp van de loep).
  9. SI3 inclusies zijn inclusies waarvan de grootte passen bij I1 maar die voornamelijk zichtbaar zijn mbv de loep en bij niet met het blote oog.

5 Criteria om de helderheidsgraad vast te stellen

  1. De grootte van de inclusie
  2. De positie van de inclusie
  3. Het aantal inclusies
  4. Het soort inclusie – intern of extern.
  5. De kleur en het voorkomen van de inclusies.

Wanneer je de helderheidsgraad bepaalt, moet je vertrouwen op de 5 criteria.

Het samenvatten van inclusies in een gemologisch certificaat

  1. Interne inclusies worden in het rood aangegeven.
  2. Externe inclusies worden in het groen aangegeven.
  3. Extra facetten worden in het zwart aangegeven.
  4. Gecombineerde inclusies zoals bijvoorbeeld een scheurtje of natuurlijke inkepingen zullen in het groen en rood aangegeven worden op de plaats waar ze te vinden zijn.
  5. Interne inclusies die zichtbaar zijn vanaf de kroon, zullen op de kroon met rood gemarkeerd worden.
  6. Externe onzuiverheden zullen op de plaats waar ze te vinden zijn met groen gemarkeerd worden.
  7. Een open spleet die het oppervlakte bereikt, zal waar het te vinden is met rood gemarkeerd worden.
  8. Een inclusie moet uitsluitend een keer gemarkeerd worden, zelfs als het meerdere malen reflecteerd.
  • Indien de GIA vermoedt dat er een mogelijkheid is de helderheidsgraad mbt het gewicht op te waarderen, zal het een “sleeve” uitbrengen. In deze “sleeve” worden de inclusies die gerepareerd moeten worden gemarkeerd. Over het algemeen betreft dit minimale inclusies die eenvoudig te repareren zijn.
  • Wanneer in de helderheidsgraad staat aangegeven dat de steen “VS1 potential of VVS2 potential of VVS1 potential” heeft, betekent dit dat de steen het potentieel tot een IF helderheidsgraad bevat.
  • Wanneer in de helderheidsgraad staat aangegeven dat de steen “VS1 Improvable of VVS2 Improvable” betekent dit dat de helderheidsgraad van de steen verbetert kan worden naar een VVS2 of VVS1.